Het is vandaag de dag van Atatürk! Voor het raam van mijn hotelkamer hangt een stukje Turkse vlag. Vlaggen zagen we vandaag overal, vooral heel grote vlaggen bij openbare gebouwen en hotels (behalve bij het Hilton Hotel). We bezochten eerst de Agora. De Agora was het marktplein van de stad. Delen van de zuilengalerijen zijn herbouwd, en onder de grond bevinden zich allerlei gewelven (een doolhof).
Daarna vertrokken we naar Kadifekale (de Fluweelburcht). De muren en torens van het kasteel bevinden zich boven op de berg in het midden van de stad. Vanaf hier hadden we een spectaculair uitzicht over de hele stad en de Golf van Izmir! Na een bliksembezoek aan de moskee naast het kasteel gingen we met de bus naar beneden. Dat was ook een ervaring!
We bezochten, omdat we in de buurt waren, ook nog het Etnografisch museum. Je ziet bijvoorbeeld hoe de nazar (het boze oog) wordt gemaakt. Lunchen deden we op een klein pleintje onder de bibliotheek. Daarna over de Kemeralti bazar, wat was het druk!
’s Avonds gingen we omhoog naar de 31ste verdieping van het Hilton Hotel voor het uitzicht en genoten we van de (laatste) zonsondergang, een hele mooie… Morgen terug naar Nederland!
Via een omweg reden we vandaag naar Izmir. Onderweg bezochten we de plaatsen Tire en Birgi. In Tire eerst helemaal naar boven gereden waar we vanaf een parkeerplaats een prachtig uitzicht hadden. Tire is bekend om de (vervallen) karavanserai en de moskee Yasi Bey Camii uit 1441. We mochten de moskee in (schoenen uit, hoofd bedekt) en kregen daar een rondleiding. In vergelijking met Tire is Birgi echt een museumdorp. Opvallend was het aantal mannen dat koffie en thee zat te drinken op de terrasjes. Er was nergens een vrouw te zien. We werden wel bekeken hier! Eerst bezochten we weer een oude moskee (1311) met een schitterende kansel van houtsnijwerk. De gerestaureerde Cakur Aga Konak, paleis van een rijke grootgrondbezitter uit de 18de eeuw, tegenwoordig een museum, was helaas gesloten! We hadden een lunch op een mooie plek in het dorp. Eerst werden we een beetje raar aangekeken, maar daarna konden we onze eigen gerechten uitzoeken en kregen we zelfs een schoon tafelkleedje. Ook de ayran smaakte weer prima. Daarna reden we via een prachtige weg richting Salihli en vervolgens via de E95 naar Izmir. We reden in één keer naar hotel Susuzlu aan de Gazi Bulvari nr. 128. Het is een prachtig hotel: ruime kamers, airco en een douche met direct warm water. Aan de boulevard dronken we wat terwijl we genoten van de zonsondergang (veel foto’s gemaakt!). We aten bij Servet, nog net een tafeltje voor ons, heerlijk! Morgen een vrije dag in Izmir.
Vandaag gingen we naar Efeze, een van de toeristische hoogtepunten van Turkije. Vlak bij de ingang kregen we een lekke band! Daarom heb ik mijn groep afgezet bij de ingang en ben ik zelf op zoek gegaan naar een garage die de band kon repareren. Dat lukte allemaal wonderwel! Na een paar uur was ik terug, zodat ik ook zelf nog even rond kon kijken. En ja, het is prachtig, indrukwekkend, bijzonder et cetera (absoluut!), maar het is er vooral ook vol en druk, een toeristische attractie. Dat maakt het toch wat minder en ik denk met weemoed terug aan Aphrodisias.
Er stonden nog een paar attracties op het programma, zoals de grot van de zeven slapers. Dit is een catacombencomplex met honderden grafkamers, genoemd naar zeven christenen die tijdens de vervolging onder keizer Decius (249-251) in een grot zouden zijn ingemetseld. Ze brachten de tijd slapend door tot aan de regeerperiode van Thedosius II (408-450), onder wiens regeerperiode het christendom staatsgodsdienst werd. Daarna naar het huis van de maagd Maria (Meryemana), een bedevaartsplaats voor christenen en moslims. De moeder van Jezus zou hier met apostel Johannes naartoe zijn gegaan. Dat er in Jeruzalem ook een sterfhuis van Maria wordt vereerd, doet niets af aan de toestroom van pelgrims hier!
Volgende punt op het programma was Şirençe. Dit dorpje, boven in de bergen, zou als een toevluchtsoord voor de Efeziërs na de Turkse verovering in 1304 zijn gesticht. Als je het dorpje binnenloopt, kom je meteen terecht op de boulevard met talloze kraampjes en souvenirs. Boven bekeken we een kerk (oud) en daarna dronken we wijn op het terras voor de kerk. We mochten eerst proeven, wit of rood. Het werd wit. Ik ging vervolgens nog even met een paar enthousiastelingen naar de uitkijktoren. Altijd leuk! Boven in de toren stonden loungebanken alsof het een enorme klim was. Dat viel best mee. ’s Avonds aten we in het restaurant van de eigenaar van ons hotel. De muziek verraste ons: Adamo, Brel, The Beatles, Aznavour en ga zo maar door…
Vandaag hadden mijn reizigers (en ik!) weer een vrije dag en konden we Selçuk verkennen. De dag begon met een heerlijk ontbijt op het dakterras. Het uitzicht vanaf het dakterras op de ooievaarsnesten was weer fascinerend. De vogels nestelen nog steeds op de zuilen van een antiek aquaduct (de vorige keer dat ik hier was, was dat ook al zo).
Ik heb er maar een rustige dag van gemaakt: een wandeling naar de berg met het kasteel en de Johannesbasiliek. Het kasteel is (wegens werkzaamheden) niet toegankelijk, maar de basiliek althans de resten van de basiliek op het enorme terrein wel.
Daarna liep ik verder naar de Isa Beymoskee, die een prachtige tuin heeft. Ik ging even bij de moskee naar binnen (een paar meter maar, dan hoefden de schoenen niet uit). Binnen hing het overzicht van de gebeden van die dag, de namen en de tijden. Tot slot bezocht ik het Efezemuseum in Selçuk.
Eten deden we bij restaurant Lezzet (traditioneel Turks), op straat, met uitzicht op de plaatselijke kapper, wasserette en de dierenwinkel. We kozen een mix van voorgerechten en hoofdgerechten, heerlijk maar voor Turkse begrippen erg duur (219 TL voor zes personen)!
Vandaag had ik een lange rit voor de boeg naar Selçuk. Onderweg stond Aphrodisias op het programma. In een van mijn reisgidsen staat dat de overblijfselen van Aphrodisias de vergelijking met Efeze kunnen doorstaan. Ik was nog nooit in Aphrodisias geweest, maar ik kon het me nauwelijks voorstellen!
Het was er gelukkig niet echt druk. Met een tractor werden we naar de ingang getransporteerd. We dronken eerst een espresso (een hoogtepunt na al die Nescafé!). De stad dankt zijn naam aan de liefdesgodin Aphrodite. Het is één groot ‘openluchtmuseum’ met onder andere de Tetrapylon, de ceremoniële poort (helemaal herbouwd), de Agora (een soort dubbel marktplein met een noordelijk en een zuidelijk deel), het Odeon (een concertzaal uit de 2de eeuw) en de Hadrianustermen, een met vloermozaïeken versierd badhuis en het stadion. In het stadion is plaats voor zo’n 30.000 toeschouwers. En, inderdaad, Aphrodisias is minstens zo bijzonder als Efeze! Voor meer…
Vandaag begonnen we met een bezoek aan de beroemde kalksteenterrassen in Pamukkale. Vanuit hotel Aspawa (of was het een pension?) was het maar een korte wandeling. De kalksteenterassen zijn een heel interessant natuurverschijnsel. In het bovendal van de Meander, een kronkelende rivier in het westen van Turkije die uitmondt in de Egeïsche Zee, zijn veel warmwaterbronnen. De bron bij het oude Hiërapolis is uniek: het water is daar 30-50 graden Celsius! In dit water zit opgelost calciumcarbonaat. Als dit water afkoelt, valt het uiteen in kooldioxyde, water en calciumcarbonaat ofwel kalk. De kalk zet zich af in dikke lagen en verstopt de afvoergoten, zodat er vlakke terrasvormige bekkens en diepe troggen ontstaan. De clou is dat de kalk van Pamukkale sneeuwwit is!
De hellingen lijken op een bevroren waterval. We moesten de schoenen uitdoen en vervolgens konden we over de kalkribbels lopen. Het water voelde warm aan je voeten. Zo klommen we naar boven; soms was het glibberig en soms niet. Het was fascinerend. Gelukkig waren er nog niet al te veel toeristen. Boven is het thermaalzwembad en konden we een duik nemen in dit warmwaterbad. Daarna maakten we een prachtige wandeling over de rand van de terrassen, met uitzicht over de bergen en de paragliders. Tot slot liepen we terug door de oude stad Hiërapolis.
We lunchten met een pannenkoekje in een straatje op de terugweg naar het hotel. ’s Middags bezochten we een kalkgrot. Het is 40 km rijden, maar de beloning viel een beetje tegen. De grot is weinig spectaculair: het stinkt en het is er aardedonker. Die kan ik voortaan wel van mijn programma schrappen!
We aten ’s avonds in het hotel (wat de pot schaft), maar het was lekker en de wijn was oké.
Vandaag vertrokken we om 9.40 uur uit Patara om naar Pamukkale te gaan. Onderweg hebben we allerlei uitstapjes gemaakt. We maakten een kleine omweg via Ölüdeniz, een sprookjesachtige baai ofwel the blue lagoon. We zijn een heel eind doorgereden tot we de baai ver beneden ons zagen liggen met allerlei resorts en all-inclusivevakantieparken. We telden veertien (!) tennisbanen. Vervolgens gingen we verder naar Kayaköy, de verlaten Griekse stad Livissi. Aan het begin van de 20ste eeuw was dit nog de grootste stad van de regio. In 1923, na de oorlog tussen Griekenland en Turkije, was er een gedwongen ‘bevolkingsruil’. Alle Grieken moesten Turkije verlaten. De stad raakte in verval; huizen hebben geen daken en ramen meer. De enige bewoners zijn langharige geiten en een enkele koe. Door het toerisme is er weer leven in de brouwerij gekomen; er zijn allerlei kraampjes en winkeltjes. We hebben er een ayran gedronken en trokken toen verder naar Pamukkale, niet via de kortste weg maar wel de mooiste! We reden dwars door de bergen, met veel haarspeldbochten, en voelden ons echte explorers. Bijna niemand was er op de weg, des te vreemder was het dus dat er een nieuwe weg aangelegd werd. Na een omleiding leek het of we verdwaald waren maar uiteindelijk kwamen we toch weer op de goede weg uit. Het was een lange rit en daarom vonden we dat we een korte pauze met koffie en gebak in Acipayan hadden verdiend. Daarna gingen we richting Denizli waar we aan de andere kant van de stad de witte kalksteenterrassen van Pamukkale al konden zien liggen. Het was al laat toen we in Pamukkale aankwamen. Bij een soort snackbar eten we een soepje en/of een broodje. Later in een bar raki gedronken, was heerlijk!
Vandaag een vrije dag. Mijn groepsgenoten konden de dag dus naar keuze invullen, bijvoorbeeld met winkelen, wandelen, zwemmen, lezen of luieren. Ik heb een lange wandeling naar het strand gemaakt en daar in zee gezwommen. Op de terugweg heb ik rondgekeken in de oude havenstad van Patara, de geboorteplaats van Sint-Nicolaas.
Patara (soms ook gespeld als Pataras) was een oude stad in Lycië, nabij het huidige Gelemiş in de Turkse provincie Antalya. Na Hellenisatie verkreeg de stad de naam Arsinoe (Ἀρσινόη). Patara is tevens de geboorteplaats van Sint-Nicolaas. Patara was een belangrijke handelsstad in de oudheid meer lezen…
Het hotel heeft een zwembad, dus vóór het ontbijt zwemmen! Een heerlijk ontbijt overigens met omelet, tomaat, komkommer, olijven, kaas, jam en brood (en helaas oploskoffie van Nescafé!).Hotel Pataros met zwembad
Hotel Pataros heeft een zwembad
Vandaag stond Tlos op het programma. Tlos is een heel oude Lycische stad uit de 14de eeuw voor Christus. We reden over een zeer rustig binnendoorweggetje richting Tlos; geen auto gezien, maar wel veel kassen met tomaten en pepers. Op de bergen ligt hier en daar zelfs nog wat sneeuw. We konden lekker rondlopen tussen de ruïnes (helemaal niet druk), klommen omhoog en hadden een mooi uitzicht over de koningsgraven, het theater, het stadion, de marktplaats en de hamam.
Tlos
Inmiddels was het warm geworden en vonden we verkoeling in het Yakapark: een en al water, het kwam zelfs uit de bomen! Tussen het watergekletter aten we een gözleme, een hartig pannenkoekje, en dronken we er ayran bij, een soort karnemelk. De lege waterflesjes konden we in het Yakapark vullen. Het water is heel koud. Vandaar dus het bordje met de volgende aanbieding: wie 5 minuten in het koude water blijft, krijgt een gratis drankje en wie 15 minuten erin kan blijven, krijgt een gratis maaltijd. Niemand ging de uitdaging aan en volgens mij eet je na die 15 minuten niet meer wegens onderkoeling.
Ons volgende doel was Saklikent, een kloof met snel stromend water. Je kunt er doorheen lopen met speciale uitrusting (schoenen, touwen, helm) en bij het eerste stuk krijg je hulp. We zagen hoe een stel jongens met een touw door de stroming naar de overkant werd getrokken en het was voor hen een hele toer om overeind te blijven. Het water kwam op die plek tot hun borst. Helaas konden we niet zien hoe het na de bocht met hen verder ging, maar ze waren wel snel terug. Wij gingen maar niet… te gevaarlijk. De man die de kaartjes verkocht zei: ‘Kom over een maand maar terug, dan is het water gezakt.’ Zo lang blijven we hier helaas niet.
We hebben een lange tijd op een plateau, een soort vlot op het water, gezeten met drankjes en fruit, zonnetje erbij – even lekker niks. Om halfdrie waren we weer terug en wederom namen we een duik in het zwembad!
Aan het eind van de dag hebben we gegeten in het Tloss Restaurant in Patara. De eigenaar en chefkok is Osman. Alcoholische dranken werden daar niet verkocht, maar we konden ze wel zelf halen in een winkeltje vlakbij. Dat heb ik dus gedaan en hierdoor hadden we heerlijke wijn. De glazen waren van het huis, maar we moesten de wijn wel zelf openmaken en inschenken. Het eten was trouwens heerlijk.
Gisteren vertrok ik met mijn groepje rond 11.00 uur van Schiphol. We kwamen om 15.30 uur (Turkse tijd) aan in Dalaman. Een Spartaanse vlucht (met Onur Air): heel weinig beenruimte, geen service, drie euro voor een koffie (helaas ook nog eens oploskoffie!). Naast me zat een stel met een dochter van acht maanden. Gelukkig viel ze toch nog even in slaap. Dat was een intensieve vlucht voor de jonge ouders. De sfeer onder mijn reizigers bleef goed ondanks de ongemakken; ze keken vooral uit naar hun kennismaking met Turkije. Tijdens de vlucht lazen ze reisverhalen en bladerden ze door hun reisgidsen. Nadat we de vliegreis achter de rug hadden, konden we direct de bus in waarmee ik mijn reizigers naar ons eerste hotel zou brengen. Het was een lange rit (gelukkig met airco!) çamköy en Bekçiler via en rond halfzeven waren we in ons hotel Sultan Pataros in Patara.